Momenteel volg ik de cursus ‘Stof tot Schrijven’. In deze cursus krijg ik elke week een opdracht. Dit keer was het “Schrijf een column in de stijl van Guus Middag”. Veel leesplezier!

Ik maak nooit iets mee, maar laatst op de vroege maandagochtend wel. Iets wat mij waardevol is, is mijn fiets. Dit komt doordat ik, fanatiek als ik ben, elke ochtend zo’n twintig minuten met mijn fiets de weg van het station naar en van mijn werk vindt. Mijn fiets is dus als het ware een pendelfiets. De combinatie van zuurstof en beweging in de ochtend doet mij altijd goed. Helaas was deze ochtend te vergelijken met Blue Monday en dat eigenlijk in het kwadraat. Misschien was het wel karma doordat mijn officiële Blue Monday dit keer beduidend goed had uitgepakt. Zou ik dan nu moeten boeten voor dat feit?

Laat ik even teruggaan naar het begin van de ochtend. Rond 08.00 uur liep ik nietsvermoedend naar de fietsenstalling op het station in Den Bosch. Mijn humor was goed en ik was na een heerlijk rustig weekend klaar voor de werkweek. Totdat ik aankwam in rij zeven van de fietsenstalling. Mijn humor verdween als sneeuw voor de zon. In eerste instantie leek het alsof er niets aan de hand was. Mijn fiets stond er zoals altijd netjes en ready2go bij. Ik parkeerde hem altijd met beleid en precisie op vrijdagmiddag in het fietsenrek zodat mijn fiets niets kon gebeuren. Ik weet nog wel dat ik mijn verroeste sleutel in het slot stak. ‘Tjak’ hoorde ik en jawel het slot ging open. Met een nonchalante zwaai trok ik mijn fiets uit het rek. Of trouwens, met een nonchalante zwaai trok ik mijn fiets hálf uit het rek. Daar ging het ineen keer mis. De nonchalante zwaai is normaliter het enige wat nodig is om mijn fiets als een Ferrari uit het rek te krijgen, maar dit keer leek het wel alsof ik een net-niet-overleden Volkswagen Kever uit de jaren ’60 aan de praat moest krijgen. Mijn achterwiel gaf flink tegengas en daarmee wist ik al vrij snel dat mijn Ferrari een klap had opgevangen. Snel wierp ik een blik op mijn achterwiel. Met weinig verstand van fietsen dacht ik te zien dat het spatbord verbogen was en dat daardoor mijn achterwiel werd geblokkeerd. Ik besloot om een flinke trap tegen het spatbord te geven in de hoop dat het zou terugbuigen. Vrij lomp en zonder na te denken, maar je moet je voorstellen dat dit op een maandagochtend was. Denken was er dus nog niet bij. Ik nam mijn fiets mee naar buiten en ik hoorde de banden langs het spatbord piepen en schuren. Jeetje, dit klonk toch niet erg goed. Was dit wel dezelfde fiets waar ik al weken mee reed?

Toen ik buiten op straat kwam, wist ik nog steeds niet dat mijn achterwiel volledig schots en scheef was. Ik had het simpelweg nog niet gezien totdat ik op mijn fiets stapte. Ik trapte en ik trapte, maar met veel moeite kon ik slechts een paar meter vooruit komen. Na die paar meter besloot ik om af te stappen. Ik keek nogmaals naar mijn band in de hoop dat ik dit keer het probleem zou zien. Om me heen fietsten allerlei mensen op weg naar hun bestemming, terwijl ik mezelf afvroeg of ik überhaupt nog wel op mijn bestemming zou aankomen. Wat moest ik doen? Ik gaf mezelf twee opties. Optie een klonk al volgt: De fiets terugzetten in de stalling en daarna de bus pakken naar mijn werk. Deze optie zou mij aardig wat tijd gaan kosten, want de bus reed slechts twee keer in het uur en ik zou hoogstwaarschijnlijk in de file terechtkomen. Geen goed plan dus en ik overwoog snel optie twee. Deze optie was vrij simpel, namelijk: Doorbijten en met mijn fiets naar mijn werk gaan. Het harder moeten trappen zou ik wel overleven en dan maar duimen dat mijn fiets niet uit elkaar zou vallen. Ik had de keuze snel gemaakt. Optie twee was de absolute winnaar.

Na zo’n veertig minuten ploeteren, kwam ik aardig bezweet en chagrijnig aan op mijn werk. Het fietsen was te zwaar waardoor ik grote delen heb moeten lopen. Een hoop gestress en ergernis bracht dit met zich mee, want op mijn werk moet ik ouderwets in- en uitklokken. Zo weet mijn manager precies hoeveel minuten ik in het pand ben geweest. Dit had als gevold dat ik óók nog eens later moest vertrekken waardoor mijn avondprogramma in de knoei kwam. Het gezegde ‘een goed begin is het halve werk’ blijkt hier wel tot zijn recht te komen. De volgende keer denk ik na voordat ik een keuze maak.

En dan nu een gedicht van Fred:

de trappers van mijn fiets

ik moet ze smeren
of vervangen
ze kraken en piepen

weerstand

ik moet
mijn rijwiel
overwinnen

tot dan
trap ik

mij het leplazarus

Schrijver: Fred, 20-12-2008

Advertenties